Het laatste bericht hier is een verhuisbericht

Nee nee, niet wanhopen, ik ga gewoon door met al die flauwekul, maar niet meer hier. Het punt is namelijk dat als ik weer iets wil veranderen aan de vormgeving dat ik dan te maken krijg met enorme gevolgen.
Doordat een groot gedeelte van de — bekant — achthonderd berichten nog in een oud stramien zit en vooral de bijbehorende foto’s, zal de hele handel uit z’n verband gerukt worden als ik iets verander. En omdat ik van tijd tot tijd de boel weer wil omgooien omdat ik een nieuw en uiteraard briljant idee heb gekregen, zat er niks anders op dan opnieuw te beginnen.
Ja ik weet het, het is een afwijking, een ernstige afwijking en nee ik heb nog geen hulp gezocht ook niet bij de praktijondersteuner! En dat zal getverdegetverdegetver ook niet gebeuren.

Afijn, wie verder op de hoogte gehouden wil worden van mijn wel en wee, die klikt gewoon hier.

Weer iets nieuws

Kuier ik op m’n gemak achter langs de herensauna — ik moest omlopen vanwege een horde schoolkindertjes die zonodig schepnetjes in de Dommel moesten dopen — valt m’n oog op een mij onbekend plantje dat daar plots welig tiert en dat ik daar, of ergens anders, nog nooit eerder gezien heb:
Witte winterpostelein.
Dat ondanks dat de naam anders doet vermoeden in april en mei bloeit. Van nature niet in het wild hier en dus moet het ontsnapt zijn, maar aan wie en waaruit?

De ongrijpbare werkelijkheid

Je kunt nu werkelijk nergens meer komen of je verzuipt in het nieuwe frisse lentegroen.
Ik kan het ook maar beter mooi gaan vinden om het leven dragelijk te houden.

Kuier ik genoegelijk door het naburige buitenland als ik plotseling aan de overkant van een brede sloot een informatiebord zie staan. En dat vraagt uiteraard om nadere bestudering.

Maar ik kan vanaf deze oever met geen mogelijkheid de tekst lezen, zelfs de titel niet. Geen nood want er is een dam en dus loop ik naar het bord, wil er voor gaan staan om het eens goed te bekijken, als de wereld letterlijk onder mijn voeten verdwijnt. Alleen dankzij mijn uitstekende reflexen en het paaltje vlak voor het bord dat ik kan grijpen weet ik een onvrijwillige duik in de sloot te voorkomen.
Wat ik voor vaste grond heb aangezien blijkt alleen maar gras te zijn. En wat ik ook probeer, het lukt me niet om zodanig bij het bord te komen dat ik de tekst kan lezen en dus maar weer terug naar de zandweg en een foto maken om die thuis te bestuderen en zo achter de boodschap te komen die hier uitgedragen wordt.
Maar ik heb niet de goede lens bij me en ondanks uitvergroten kom ik niet verder dan: ‘Een mooie beekrand voor zuiver water: landbouwers werken eraan!’ Onderaan staan een hoop logo’s van de deelnmers aan dit project en ik kan nog een url ontcijferen: www.wateringdedommelvallei.be maar dat is dus voor de echt nieuwsgierigen die absoluut van de hoed en de rand willen weten.
Ik heb me er maar bij neergelegd dat de werkelijkheid voor mij vaak ongrijpbaar is.

Een prettige wandeling en veel lentegroen

Maar soms wordt het teveel vinnik. Hoewel anderen er niet genoeg van krijgen van dat prachtige frisse groen, worrik er eigenlijk soms wel ooit een beetje niet veel erg niet goed van. Vandaar, en om de geteisterde ogen wat rust te gunnen, hierbij ook een versie in ontspannen grijstinten;
hè hè dat lucht op!

Zo… ik ben weer van deze tijd

Prachtig machine, hoe hebben we ooit zonder gekund en hij doet het nog veel vlugger ook!
Maar dan moet je wel weten hoe dat ding werkt en natuurlijk ging het bij mij meteen fout, want nadat ik voor dag en dauw een sms-je met een eenmalige toegangscode had ontvangen stond ik die code wel in het toetsenbordje rechts — net een pinautomaat — te rammen en dat werkte niet wat ik ook probeerde en dus moest ik toch weer naar binnen en een nummertje trekken en…
Blijkt dat je het scherm aan moet raken, vervolgens op dat scherm je code moet invoeren en verdomd even later had ik mijn fel begeerde pillen.
Ik blij en weer helemaal bij de tijd; zolang het duurt.


Eens in de drie maanden moet ik naar mijn zorgaanbieder, of is het nou zorgverlener of toch zorgondernemer, in ieder geval naar een plek die in de donkere tijden toen de vooruitgang nog niet zijn verhelderend licht over ons zorgbehoevenden had laten schijnen, gewoon de apotheek heette.
Toen in die duistere eeuwen ging je naar binnen met je recept, trok een nummertje en als je aan de beurt was gaf je dat recept aan de baliemedewerkster en die zei: ‘Een ogenblikje astublieft.’ Dan ging je op een stoeltje de krant zitten lezen en voor je bij het tweede katern was werd je naam afgeroepen en de medicijnen overhandigd meestal vergezeld van stichtelijke woorden en je was er weer voor drie maanden vanaf.
Nu ga je met je recept naar binnen, trekt een nummertje en als je ooit aan de beurt komt is de eerste vraag: ‘Wat is uw geboortedatum?’ Vervolgens wordt er langdurig en bezorgd op het scherm van de computer gekeken en dan volgt de onvermijdelijk mededeling: ‘Moet ik voor u bestellen, morgen na elf uur ligt het voor u klaar in de medicijnautomaat, die zich aan de buitenkant van het pand bevindt en zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag tot uw beschikking staat.’
Dan sjok je weer naar huis en moet zelf een krant kopen en de volgende dag maak je de gang naar Canossa nogmaals en da’s nou vooruitgang.

En dan hou ik er over op

Na een uitputtende zoektocht zowel in de gedrukte media — boeken dus — als op het internet durf ik te stellen dat het bloemengeweld op bijgaande foto het Kluwenklokje betreft:
Campanula glomerata.
Enige minpunt is dat het kreng pas in juni bloeit, maar alles is veel vroeger dit jaar.
Komt in het wild eigenlijk niet voor in ons dierbare vaderland, maar is wel te bestellen bij Bakker, waar mijn ouders, lang, lang geleden al via de post hun zaden bestelden. Ik heb het nu wel over begin jaren vijftig.

De kleur kan varieren van diepblauw tot wit en ik heb inderdaad ook blauwe gezien. Aan de dwarsstraat van de Velddoornweg, bij het begin of zo u wilt het einde van het paardepaadje staan ze vlak bij elkaar, een witte en een blauwe. Maar waar komen ze vandaan? Het is een vaste plant maar nooit eerder gezien daar; hoewel dat ook niet alles zegt natuurlijk.
Afijn, zoals beloofd hou ik er over op.

Ik zat er dus helemaal naast

Tomaten en pepers gezaaid vandaag en binnenkort mogen ze naar het balcon op m’n nieuwe pottenmeubel dat gemaakt is van de schapplanken uit de oude draai- en glazuurhokken.
Maar daarover later meer.

Omdat ik twijfelde ben ik vandaag terug gegaan naar het driehoeksbos en de vermeende Driekant look is in ieder geval geen… inderdaad. Maar wat dan wel? Ik zoek verder en ben weer eens ouderwets in de boeken gedoken, maar zonder resultaat tot nu toe. Ik zag in het bosje wel een Lelietje-van-dalen en kan die in ieder geval toevoegen aan de verzameling.

Deze had ik nog niet en ander ongerief

Gewone dotterbloem, Caltha palustris subsp. palustris.
In de plas op de campus vlak bij de tweede brug, in een beetje ondiep water; leuk.

Hoewel ik niet van plan ben om het wiel opnieuw uit te vinden en voor de zoveelste keer alle bloemetjes die hun koppie boven de grond uitsteken, te fotograferen, maak ik voor de nieuwe door mij ontdekte bloemetjes graag een uitzondering.


Maar er is meer, want aan de rand van het driehoeksbos — zoals ik het noem — vlakbij de golf vind ik ook nog deze witte klokjes en welhaast zeker is dat Driekantig look, alium triquetrum en dat is ook een zeer bijzondere vondst want die hoort hier helemaal niet thuis en is ooit in Heemstede als tuinplant uitgezet en heeft dan toch een joker eind moeten afleggen om hier te komen en dat zonder voetjes.
Het is daar in het driehoeksbos buitengewoon interessant en blijkbaar heeft het een bijzonder micro klimaat want alles is daar veel eerder, maar daar ga ik u niet mee vermoeien.
Afijn, ik steek over naar de Campus en dat is een tamelijk hachelijk bedoening want er is alleen een fietsersstoplicht en dat springt zeer snel weer op rood, maar dat kan ik niet zien halverwege.
Gelukkig staat er een deskundige met meetapparatuur en dat wordt een prachtige partij bekvechten, maar uiteindelijk heb ik begrip voor zijn problemen en hij voor de mijne en hij zal kijken of er iets aan te doen is.
Eenmaal thuis ligt er een brief van mijn spiksplinternieuwe ‘praktijkondersteuner’ die mij op ernstige toon beveelt om een afspraak voor haar (ja natuurlijk een zij) spreekuur te maken. En dat verdom ik uiteraard en anders moet ik via de antwoordstrook kenbaar maken dat ik niet wil en dat verdom ik ook. Maar ondertussen is mijn bloeddruk weer fors gestegen, wat zeg ik, tot zeer gevaarlijke hoogten.
Ga soppende bejaarden verschonen mens en val mij niet lastig met brieven waar ik niet om gevraagd heb.

Die kan wachten tot ie een ons weegt

Maar op dit plein, het stadhuisplein, zal wederom geen uitzinnige massa de boys van Grote Zus toejuichen omdat ze landskampioen geworden zijn. Jammer maar helaas pindakaas en dat al voor de derde keer op rij.
Die twee agenten hoeven niet bang te zijn dat ze versterking moeten vragen en kunnen rustig een pilsje gaan pakken. Net als de burgemeester en de volledige raad van elf compleet met huppeldepupkes en andere onmisbare lolbroeken.

Overigens neemt Grote Zus zondag 13 april 2014 — na ongelooflijk vele jaren vanaf de tribune lief en leed gedeeld te hebben — tijdens de wedstrijd PSV-Feyenoord officieel afscheid van de fans.
Ik verwacht minimaal dat de stadionomroeper en de NOS daar uitgebreid aandacht aan zullen besteden.
Dus laat het bord niet van de schoot vallen als plotseling Grote Zus op de buis verschijnt, ze heeft het verdiend!

Dat geurde weer geweldig gisteren

De strontkarren en giertonnen waren inderdaad in topvorm gisteren. In een hoog tempo werden de velden geïnjecteerd en hoewel dat vergeleken met het gul en royaal sproeien van vroeger aanmerkelijk minder stinkt viel er voor de liefhebber toch weer veel te genieten.
Alleen in het natuurgebied de Hoge Vijvers waar ik vroeg op de dag liep was het stil en rook het gewoon naar bos en hei.

Daar was de lucht ook nog blauw want later op de dag werd de hemel zo merkwaardig wit door alle smog en stof en ik had er behoorlijk last van en hoestte af en toe m’n longen uit m’n lijf. Voel me nu nog tamelijk uitgewoond, hoewel ik vandaag binnen en rustig gebleven ben.
Maar morgen moet het over gaan want er komt regen.

Dat kun je op je klompen aanvoelen

Dat het vandaag dus weer grote-zusdag was. En weer van alles meegemaakt, vooral in Den Bels en onbesnut zitten smikkelen want grote zus had weer uitermate… afijn en natuurlijk ijs toe.

Paulus de stadskabouter

Weer of geen weer, zomer of winter, Paulus draagt altijd laarzen en een lekkere warme jas. Maar als het koud is, druilerig of gewoon keihard regent dan gaat de capuchon over het hoofd en is het meer een stadsdwerg.
Zo’n Disneydwerg, maar dat kan niet want die zijn met een hele hoop en zingen en op geen van beide feiten heb ik hem ooit kunnen betrappen.

De heks Eucalypta komt in dit verhaal niet voor of het zou zo’n roekeloze bakfietsberijdster moeten zijn met een kar vol krijsende koters. Maar dan is er een hele horde heksen en dat klopt historisch van geen kanten en bovendien kunnen we dat Paulus niet aandoen — niemand eigenlijk.
Kortom: geen Eucalypta, die hoort in het bos!


Jazeker, we hebben een echte onvervalste moderne stadskabouter. Paulus, zo noem ik hem voor het gemak maar even omdat dat een gekende kabouternaam is, woont dus niet in een paddestoel, zelfs niet in de vrije natuur maar geheel conform de eisen van deze tijd in het Labrehuis. Dat is een opvanghuis voor daklozen, ooit gesticht door een pater en heet natuurlijk allang geen Labrehuis meer, want er moest gefuseerd en de efficiency vergroot, net als het aantal managers en dus een moderne naam. Maar iedereen noemt het nog steeds het Labrehuis. Afijn, Paulus zie je nooit bij de bankziters — u weet wel de houders van het olympisch record slap zwetsen — en ik heb hem nog nooit met een fles drank gezien. Hij stapt wat rond op zijn laarzen en blijkbaar is dat genoeg.

Fraaie luchten

Na een grijs grauw en nat weekend wederom zonneschijn met fraaie luchten.
Natuurlijk valt er tijdens de omloop een buitje, met hagel zelfs maar dat is normaal, want maartse buien…
En bovendien heeft de Grootkamerheer van Frederik de Grote van Pruisen, Hans-Joachim von Jaß indertijd niet voor niets het naar hem genoemde beroemde kledingstuk bedacht.
Voeg daar de naar Jean Claude Capuchon, meteoroloog aan het hof van Lodewijk de veertiende, vernoemde hoofdbedekking bij en je kunt iedere bui adequaat en met een gerust hart trotseren.

Een merkwaardige wandeling uit Douwe doos

Ik was zoek naar bepaalde foto’s, die zich in mijn geheugen gehaakt hadden en kon die uiteraard niet vinden. Maar al zoekende kwam ik foto’s tegen waarvan ik het bestaan niet eens meer wist, maar het avontuur dat ze laten zien des te beter.

Daar staan we dan, de wereld houdt op, en gelachen dat we hebben.

De Kluizerdijk in de mist.
Dan maar terug.
Bruggen bouwen en proberen om over de sloot te komen.
Blijkbaar is het gelukt en is de vaste grond weer bereikt.
Een omgekeerde boot als bank voldoet prima.
Of een slagboom. We zijn hier trouwens zwaar illegaal.
Zitboten gelukkig genoeg.
Dat zei ik, illegaal. Overigens een totaal ander hek dan in mijn herinnering.

In het voorjaar van 1991 — want dat staat op de negatieven — en als ik naar de bomen op de foto’s kijk zal het eerder februari dan april geweest zijn, kwam Hans met het idee om van Gastel naar huis te lopen. Hij fietste dat stuk wel eens en het moest daar prachtig zijn op de Groote Heide en in het Leender bos en het zou ons goed doen.

Mart ging ook mee en alledrie waren we voor de volle honderd procent ongetraind. We liepen weliswaar regelmatig naar het Stratumseind, maar meer dan een paar honderd meter was dat niet.
En dus reden we op een mistige ochtend naar Gastel, parkeerden de auto aan de rand van het dorp en gingen op pad, zonder iets te drinken of te eten. En het was inderdaad prachtig op de hei voor zover we er iets van konden zien en genoegelijk keuvelend deden we voort en Hans wees de weg hoewel hij steeds vaker moest nadenken, diep nadenken en dan verheugd riep: ‘O ja, hier links en dan dadelijk naar rechts en dan komt er een bruggetje’, of woorden van gelijke strekking.
Maar er kwam geen bruggetje en op een gegeven ogenblik werd het pad steeds smaller en rechts was de Tongelreep en van links kwam een brede sloot en toen stroomde de sloot in de beek en wij konden niet verder; en gelachen dat we hebben.
Het gekke is dat ik me dat helemaal niet meer kan herinneren, hoewel ik nu ik de foto’s zie weer langzaam beeld en geluid krijg. We zijn blijkbaar de sloot over gekomen en ik weet nu ook ongeveer wel hoe we verder gelopen zijn om bij de ‘Drie Bruggen’ de Tongelreep weer op te pikken. Bij de eerste visvijver, die van een hengelsportvereniging hebben we in zo’n schuilhut zitten uitrusten, want deze stoere avonturiers begonnen toch wel aardig moe te worden en toen we de — verboden — vijvers ten noorden van de grote weg ingingen waren we maar wat blij met omgekeerde boten en andere zitmogelijkheden.
Die hele tocht door de kweekvijvers was niet lang, maar indrukwekkend en de foto van het hek waar we uiteindelijk over of langs moesten laat een totaal ander hek zien dan in mijn herinnering en dat Hans en ik dachten teruggevonden te hebben — klik hier maar.
Afijn, we zijn via de Achtereindsestraat, waar Hans het verhaal vertelde hoe hij daar ooit achterna gezeten was door een hond op de fiets — ik begin weer te hikken van het lachen als ik de woorden tik — in Aalst gekomen, in een cafetaria want we scheurden uit onze voegen van de honger en dorst en uiteindelijk ook weer thuis.
Met het vaste voornemen: dat nooit meer!

De eerste dag van de Lente

Een jaar geleden, 20 maart 2013, de eerste lentedag liep ik over de Cartierhei en door de Bladelse bossen en moest talloze venijnige sneeuwbuien trotseren. Ik had het koud, want er stond een ijzige wind en ik was op weg naar grote zus, op weg naar de warme kachel en het werd toen niet warmer dan 1,3 graden.
Nu, ook op de eerste lentedag kuier ik genoegelijk onder een diepblauwe hemel door Gennep en over de campus en het het zal hier 23,1 graden worden! Een record.

Wat moet ik hier verder nog over zeggen, de lucht was echt zo blauw en iedereen en alles had goeie zin en het werd ook nog eens de eerste
blote-voeten-open-deurdag.
Maar savonds koelde het lelijk af en da’s natuurlijk normaal voor deze tijd van het jaar en morgen gaat het weer regenen, maar da’s natuurlijk ook normaal.





De wet van onze meester Siep

Kijk die Veldhovense Poort heeft ogenschijnlijk niks met de Siep te maken zou je zeggen, maar niets is minder waar.
Wat zou hij ons doorgezaagd hebben over dit zoveelste wereldwonder, deze triomf van hedendaagse techniek.
De rillingen lopen over m’n rug als ik er aan denk, maar gelukkig was dat toen allemaal nog verre en niet te voorspellen toekomstmuziek. >

De foto is dus duidelijk niet vandaag gemaakt, want ik ben, zoals gezegd, het warme zwervershol niet uit geweest. Maar wie wat bewaard, die heeft wat en dat doe ik met het gros van m’n foto’s en dus toch mooie luchten en volop zonneschijn. En bovendien wordt voor morgen en overmorgen opnieuw lekker weer voorspeld en dus:
naar buiten jongmensch.

Het is grijs en grauw buiten, totaal anders dan toen ik via deze Veldhovense Poort onze veilige stad weer binnenkwam. Toen zeilden er prachtige heimweewolken door een strak blauwe lucht.

Ik heb geen zin om aan m’n omloop te beginnen zeker nu ik de schooljeugd weggedoken in hun jas, dikke mutsen op het hoofd, haastig voorbij zie fietsen.
En dan dwalen m’n gedachten af naar de tijd dat ik iedere werkdag plus de zaterdag naar het Joris fietste op weg naar, onder andere, meester Siep. Ik weet eigenlijk niet meer of we op zaterdag ook wel eens aardrijkskunde hadden, vast wel, in ieder geval heeft meester Siep een diepe en blijvende indruk op ons allemaal gemaakt. Maar dat is onderhand wel bekend.
Een van zijn grote liefhebberijen was behalve de zeldzame apensoorten in het operagebouw van Borkel en Schaft, het eindeloos overhoren van de diverse wetten, geformuleerd door bekende geleerden zoals Buijs Ballot en Torricelli. Die moesten we letterlijk op kunnen dreunen.
Maar de schooljeugd was en is veerkrachtig en lost het op met humor en zo ontstond als snel op het Joris een nog veel bekendere wet. Ik zal hem hier letterlijk weergeven en dat is een peulenschilletje na zo’n kleine zestig jaar, want die zit er ingeramd geloof dat maar! Komt ie. De wet van onze meester Siep: als een muis iets zegt dan zegt ie piep!
Ik schiet nu weer in de lach als ik er aan terugdenk, maar zo overleef je de meest barre tijden.